‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het,’ opent Johan Huizinga In de schaduwen van morgen. In dat boek wijst Nederlands bekendste historicus op de gevaren van propaganda en op een toenemende onverschilligheid voor de waarheid, die het kritisch vermogen van de samenleving ondermijnt. In de jaren ’30 van de vorige eeuw was hij getuige van de opkomst van de nationaalsocialisten in Europa – vanaf 1935 zaten zij ook in het Nederlandse parlement.  

Zijn bekendste werk, Homo Ludens, verscheen te midden van de extreem gespannen politieke situatie in die tijd. In dat boek introduceert hij ‘spel’ als de grondslag van onze cultuur, en de politiek. Een gezonde politieke cultuur vraagt om regels, beschaving en eerlijk spel, maar politici zijn eerder bezig met ‘het telkens weer laten vallen van kabinetten op basis van een gezocht conflict’, zo schrijft Huizinga. De permanente puberteit die politici, maar ook degenen die op hen stemmen, kenmerkt, maakt van politiek een spelletje waaruit niet alleen de humor maar ook de ernst is verdwenen.

Huizinga’s diagnose van bijna een eeuw geleden leest als een verslag van de afgelopen jaren. Onze democratie staat opnieuw onder druk. In Homo Ludens bepleit Huizinga een politieke cultuur, die niet kan bestaan ‘zonder de heilzame beperkende conventies, die bij conflict het gevaar afleiden en de mogelijkheid van samenwerking intact houden’.

Op 11 december 2025 hield ik de 54ste Huizingalezing, getiteld Wat op het spel staat. De grenzen van politiek en fair play. In mijn lezing, die inmiddels ook beschikbaar is in boekvorm, vertaal ik de ideeën van Huizinga naar deze tijd: hoe bevorderen we  fair play in onze democratie? Wat vraagt een gezonde politieke cultuur van politici, van burgers en van media? Bovenal wil ik, in de geest van Huizinga, laten zien dat democratie veel meer is dan verkiezingen winnen. Het is een zorgvuldig spel waarin gesprek, regels en de bescherming van minderheden en democratische waarden centraal staan.

Dat spel is niet beperkt tot de Tweede Kamer, en ook niet tot de verkiezingen. De democratie valt of staat met kritische, betrokken burgers die zich laten horen. Het is daarom van belang dat er een voortdurend gesprek plaatsvindt over zaken die van publiek belang zijn. Dat gesprek kan overal plaatsvinden: in een buurtvereniging, op school, tijdens een demonstratie of in een burgerberaad. Mijn oproep: meepraten over het vormgeven van de toekomst, laat dat niet aan anderen over. De wedstrijd is na de verkiezingen misschien voorbij, maar het spel begint dan pas.