Ik ben geboren en getogen in het Brabantse Veghel, een plek waar ik nog altijd met regelmaat en graag kom. Omdat ik wilde weten hoe mensen in elkaar zitten, ging ik geneeskunde studeren in Nijmegen. Een bètastudie, betekenisvol, en ‘iets met mensen’, dacht ik. Maar de studie bleek taai, en voldeed niet echt aan mijn behoefte om voortdurend vragen te stellen. In het derde jaar besloot ik de studie filosofie erbij te gaan doen, en ik was meteen verkocht: dit had ik altijd al gezocht. Wekelijks behandelden we een werk van een filosoof, van Aristoteles tot Descartes. Telkens moest ik me tot diens gedachtegoed zien te verhouden, mijn oordeel uitstellen en het écht proberen te begrijpen. Mijn geest werd er enorm door gestimuleerd en verrijkt. Ik raakte geïnspireerd door de grandioze rijkdom van de filosofie en mijn liefde voor denken kreeg vorm.
Inmiddels werk ik als zelfstandig publieksfilosoof, en zit ik voor PRO in de Eerste Kamer, waar ik het woord voer over o.a. Onderwijs, Wetenschap, Emancipatie, Democratische Vernieuwing en Desinformatie. Ik maak programma’s, schrijf boeken, geef onderwijs en meng me in het publieke debat over tal van maatschappelijke onderwerpen. Ik wil nog altijd graag weten hoe mensen in elkaar zitten, maar nog belangrijker vind ik nu de vraag hoe we onze denkkracht kunnen inzetten om de democratie te versterken. Of, op verzoek van Volkskrant-journalist Fokke Obbema in één zin samengevat voor zijn rubriek Het Ideaal: ‘De kwaliteit van de democratie verbeteren, door de kwaliteit van het publieke debat (of gesprek) te verbeteren.’